Gidsen
Het proces, de kosten, het omwisselen en het praktijkexamen — met cijfers die bij de bron zijn gecontroleerd.

Les 24. In welke taal doe je het theorie-examen
Nederlands, Engels of met een tolk — wat elke vorm kost, wat hij oplost, en waarom de begrippen hoe dan ook Nederlands blijven.
Wat een rijbewijs echt kost
Alle CBR-tarieven van 2026, plus de posten die mensen vergeten mee te tellen.
Les 3. Basiswoordenschat
De ruim zestig woorden zonder welke de vraagstelling op het examen niet te lezen is — met uitspraak, de wettelijke definitie en waarmee ze verward worden.
Les 7. Bijzondere wegen en bijzondere manoeuvres
Autosnelweg en autoweg, invoegen en uitvoegen, keren en achteruitrijden, werk in uitvoering, overwegen, tunnels en bruggen, erven en de colonnes en stoeten die je niet doorsnijdt.
Les 9. Het systeem achter de borden
Hoe verkeerstekens werken — de series A tot en met L, vorm en kleur, zones en onderborden, markering op het wegdek, verkeerslichten, aanwijzingen en de rangorde van art. 62 tot en met art. 64 en art. 84.
Les 27. De eindcontrole: ben je klaar voor het examen
Hoe je met een proefexamen in volle vorm meet of je klaar bent, welke uitslag gereedheid betekent, wat je doet als een onderdeel misgaat en hoeveel dagen vóór je datum dit hoort.
Les 4. Hoe het examen verloopt
De hele vorm van het theorie-examen — cijfers, vraagvormen, taal, aanmelden, tijdsindeling en de valkuilen in de formulering.
Les 25. De laatste week voor het examen
Hoe je in de laatste week het proefexamen, de voortgangsboom en de examentaal van deze site gebruikt — en wat je die week juist niet moet doen.
Les 15. Gebodsborden: hoofdstuk D en de verplichte rijrichting
De zeven ronde blauwe borden D1 tot en met D7 — wat ze opleggen, wat ze juist niet regelen, hoe ver ze reiken en hoe de pijl op het wegdek hetzelfde werk doet.
Les 21. Gevaarherkenning
Het hele onderwerp gevaarherkenning — remmen, gas loslaten of niets doen, stoppen binnen het zicht, plaats op de weg, voorrang, erf, overweg, weer, vermoeidheid en kwetsbare weggebruikers.
Les 1. Hoe de Nederlandse weg in elkaar zit
Weg, rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, berm, uitrit, erf, bebouwde kom, autoweg en autosnelweg — wat telt waarvoor, en waarom de rest van de regels daarvan afhangt.
Les 17. Parkeerborden: hoofdstuk E van stilstaan tot parkeerschijf
Alle borden van E1 tot en met E13 — de rode verboden, de blauwe toestemmingen, de parkeerschijf-zone en de gehandicaptenparkeerkaart — samen met de plaatsen waar de wet zelf al verbiedt.
Les 22. Remweg en stopafstand
De hele remstof van het examen — reactieafstand, remweg en stopafstand, nat wegdek, volgafstand, de snelheidsgetallen van de wet, zicht en licht, en de eisen aan banden en remmen.
Les 23. Risicosituaties: snelheid, zicht en aandacht
Het hele risicohoofdstuk van het examen — snelheid kiezen naar wat je overziet, reactieafstand en remweg, zicht en weer, verlichting en ruiten, vermoeidheid, afleiding en de telefoon.
Les 16. Snelheid en snelheidszones: hoofdstuk A, de zone en het erf
Waar een maximumsnelheid vandaan komt — de wet, het bord, de zone en het erf — met de vijf borden van hoofdstuk A, de 30- en 60-zone, de adviessnelheid, het elektronische signaleringsbord en de regel dat de laagste snelheid telt.
Les 8. Veilig rijden en noodsituaties
Alles wat het examen vraagt over zit- en kijktechniek, gordels en kinderbeveiliging, vermoeidheid en telefoon, zicht, weer en licht, pech langs de weg en wat de wet van je vraagt na een ongeval.
Les 10. Verantwoord en zuinig rijden: snelheid, alcohol en brandstof
Het hele onderwerp verantwoord rijden — snelheid kiezen naar wat je overziet, defensief rijden en afleiding, alcohol, drugs en medicijnen met de grenzen van art. 8 WVW, en waar zuinig rijden ophoudt.
Les 14. Verbodsborden: de hoofdstukken C en F
Alle geslotenverklaringen van C1 tot en met C22F en alle overige verboden van F1 tot en met F22 — voor wie ze gelden, hoe ver ze reiken en waar ze ophouden.
Les 20. Verkeerslichten en de verkeersregelaar: wie bepaalt wat je doet
Alle lichten van het examen — driekleurig, tweekleurig, tram/bus, rijstrook, overweg, brug en voetganger — plus het geel knipperlicht, de aanwijzingen van de verkeersregelaar en de rangorde waarin dat alles boven elkaar staat.
Les 12. Voertuigkennis: verlichting, dashboard, zicht en lading
Wat de wet van de auto zelf eist — de verplichte lichten en het moment waarop ze branden, de waarschuwingslampjes, ruiten en spiegels, banden en remmen, het zekeren en uitsteken van lading, de aanhangwagen en de milieuzone.
Les 6. Voorrang: wie mag als eerste
De hele voorrangsleer van het examen — rangorde, borden, haaientanden, lichten, rechts gaat voor, afslaan, rotonde, uitrit, tram en bus, voetgangers en voorrangsvoertuigen.
Les 13. Voorrangsborden: de zeven borden van hoofdstuk B
De hele B-groep — voorrangsweg, voorrangskruispunt, verleen voorrang en stop — met haaientanden, stopstreep en de rangorde tussen bord, licht en aanwijzing.
Les 18. Waarschuwing, informatie en het type weg: J, K, L, G en H
De driehoeken van hoofdstuk J, de bewegwijzering van K en de informatieborden van L, samen met de borden die zeggen op wat voor weg je rijdt — G en H — en met de regel die er telkens echt achter zit.
Les 5. Weggebruik: plaats, snelheid, inhalen en stilstaan
Alles wat het examen over gewoon rijden vraagt — maximumsnelheden per weg en per voertuig, inhalen links en rechts, plaats op de weg, invoegen en van rijstrook wisselen, bijzondere stroken, stilstaan en parkeren.
Les 2. Weggebruikers
Wie bestuurder is en wie voetganger, welke voertuigcategorieën art. 1 RVV kent, waar elke groep rijdt, welke snelheid bij welke categorie hoort en wie een helm draagt.
Les 19. Wegmarkeringen: de strepen die de weg verdelen
Alles wat op het wegdek ligt — doorgetrokken en onderbroken strepen, haaientanden, stopstreep, blokmarkering, fietsstrook, busstrook, gele strepen, verdrijvingsvlak en pijlen — met de artikelen waar hun betekenis vandaan komt.
Les 11. Wetgeving: rijbewijs, kenteken, verzekering en straf
De juridische kant van het examen — welke wetten er zijn, de woorden van art. 1, wie mag rijden, wat je moet tonen, APK en verzekering, alcohol en blaastest, en wat er op een overtreding staat.
Les 26. Zwakke plekken vinden en opruimen
Hoe de trainer je zwakke onderwerpen aanwijst, in welke volgorde je ze opruimt en waaraan je ziet dat een onderwerp klaar is.
Een buitenlands rijbewijs omwisselen
185 dagen, vijftien jaar voor de EU, de 30%-regeling, en wat je doet als omwisselen niet kan. Gecontroleerd bij de RDW.
Klaar voor het praktijkexamen
Wat de examinator beoordeelt, welke fouten het vaakst fataal zijn, en welke rechten je op het examen hebt.
Van nul naar rijbewijs — het hele proces
Elke stap van theorie tot rijbewijs, met de leeftijden, termijnen en kosten die het CBR en de wet werkelijk hanteren.