Gevaarherkenning
In de bank staan 86 zulke vragen, verspreid over dertig onderwerpen — want gevaar is geen apart onderwerp maar een manier van kijken naar alle andere. De regel ken je al; hier wordt getoetst of je ziet waar hij zo meteen nodig is.
Drie antwoorden in plaats van vier
Een gevaarvraag komt bijna altijd neer op een keuze uit drie handelingen: remmen, gas loslaten, niets veranderen. Tussenvormen zijn er met opzet niet — die zijn juist de beslissing achter het stuur.
Gas loslaten is geen half antwoord maar een handeling op zich: de auto wordt langzamer, je voet staat al boven de rem, en als het gevaar zich bevestigt win je precies die halve seconde. Het wordt minder vaak gekozen dan zou moeten.
Probeer zelf: [gevaarherkenning](/nl/oefenen?vaardigheid=hazard) — 86 vragen, de hele vaardigheid.
Kijk naar wat er nog niet is
Het gevaar is op de schets zelden getekend. Getekend zijn een bal bij de stoep, een portier dat op een kier staat, een bus met zijn richtingaanwijzer aan, een struik op de hoek. Het gevaar is wat daaruit over een seconde volgt.
Vandaar een bruikbare handgreep: vraag jezelf niet «wat zie ik» maar «wie kan hier vandaan komen». Dat verklaart ook waarom het juiste antwoord vaak «snelheid minderen» is op een plek waar formeel niemand iets overtreedt.
Probeer zelf: [gevaar en snelheidskeuze](/nl/oefenen?onderwerp=risk-speed-choice&vaardigheid=hazard) — 10 vragen.
Hoe slechter het zicht, hoe lager de snelheid
Art. 19 noemt geen getal: het vraagt te kunnen stoppen binnen het vrije en te overziene deel. In mist kan dat 30 km/u zijn waar 80 is toegestaan — en de toegestane snelheid blijft toegestaan, maar houdt op veilig te zijn.
Dat is de meestvoorkomende uitleg van dit onderwerp: iemand kiest «de toegestane 80 rijden» omdat het bord dat zegt, en heeft het mis.
Probeer zelf: [gevaar bij slecht zicht](/nl/oefenen?onderwerp=vision-weather&vaardigheid=hazard) — 7 vragen.
Kinderen, fietsers en alles wat wiebelt
Een aparte groep zijn de deelnemers die je niet kunt voorspellen: een kind aan de rand van de stoep, een fietser in zijwind, een oudere voetganger halverwege de oversteekplaats. Bij hen geldt een eenvoudige regel: afstand weegt zwaarder dan gelijk hebben.
Probeer zelf: [gevaar van kwetsbare deelnemers](/nl/oefenen?onderwerp=vulnerable-users&vaardigheid=hazard) — 9 vragen.
Wat je onthoudt
Drie vragen achter elkaar dekken bijna het hele onderwerp: wat zie ik, wat kan daaruit komen, en wat doe ik nu. Is het antwoord op de derde «niets», kijk dan nog een keer: in dit onderwerp is «niets veranderen» het minst vaak goed.