Typische risicosituaties

Dit onderwerp verzamelt wat in geen enkele losse regel past: situaties waarin de norm formeel is nageleefd en het gevaar er toch is. Het examen houdt daar juist van — hier kun je niet antwoorden door een artikel op te halen.

Een snelheid die mag maar niet past

Het bord noemt een maximum, geen advies. Nat wegdek, een file, een smalle straat vol geparkeerde auto's, een schooluitgang — in al die gevallen ligt de juiste snelheid onder de toegestane, en de vraag toetst of je dat verschil ziet.

Het kenmerk van zo'n vraag is de tekst zelf: de situatie is uitvoeriger beschreven dan de regel nodig heeft. Die details zijn het antwoord.

Probeer zelf: [snelheidskeuze en risico](/nl/oefenen?onderwerp=risk-speed-choice) — 76 vragen.

Slecht zicht

Mist, stortregen, schemer, een lage zon op de voorruit. Hier liggen twee lagen: wat je met de verlichting doet (overdag dimlicht bij ernstig belemmerd zicht, mistachterlicht pas onder 50 meter zicht) en wat je met de snelheid doet (art. 19).

De fout zit bijna altijd in de eerste laag: mensen zetten het mistachterlicht aan in de regen. De grens is het ZICHT, niet het weer.

Probeer zelf: [zicht en weer](/nl/oefenen?onderwerp=vision-weather) — 30 vragen.

Vermoeidheid en telefoon

De wet beschrijft vermoeidheid niet in getallen, dus toetst de vraag begrip: twintig minuten slapen op een parkeerplaats werkt, koffie en een open raam niet. Een telefoon vasthouden is verboden voor degene die een voertuig bestuurt — zonder lijst van categorieën, dus ook op de bromfiets.

Probeer zelf: [vermoeidheid en afleiding](/nl/oefenen?onderwerp=fatigue-distraction-phone) — 24 vragen.

Inhalen: een manoeuvre die anderen opheffen

Een onderbroken streep staat inhalen toe — maar die toestemming wordt overruled door een bord, een kruispunt en een oversteekplaats. Dat is de meestvoorkomende uitleg van dit onderwerp: iemand kijkt naar de streep en niet om zich heen.

Probeer zelf: [inhalen](/nl/oefenen?onderwerp=overtaking) — 33 vragen.

Wat je onthoudt

Alle vier situaties delen één kenmerk: de regel STAAT TOE, maar de situatie laat het niet toe. Zie je in een vraag het woord «mag» samen met een uitvoerige beschrijving van weer, weg of toestand, dan gaat het antwoord vrijwel zeker over snelheid minderen of de manoeuvre laten.

Gecontroleerd op: