De laatste week voor het examen
De cursus is af, en vanaf hier werkt iets anders: niet «iets nieuws leren» maar «ophouden met fouten in wat je al weet». Drie hulpmiddelen op de site zijn precies voor deze week gemaakt, elk met een eigen taak.
Het proefexamen gaat over het regime, niet over kennis
Het echte examen loopt in één doorlopende stroom: 50 meetellende vragen, 30 minuten, de grens ligt op 44. Hoe het examen in zijn geheel verloopt staat in de les [«Hoe het examen verloopt»](/nl/guides/les-examen-verloop).
Het proefexamen is er om te wennen aan het tempo en aan het feit dat je niet naar een vraag terug kunt. Maak het in één keer af, zonder pauzes en zonder spieken, anders toetst het iets anders. Eén of twee keer per week is genoeg: vaker en je onthoudt de vragen in plaats van de regels.
Probeer zelf: [documenten en rijbewijzen](/nl/oefenen?onderwerp=documents-licences) — 93 vragen, het grootste onderwerp na de borden.
Zwakke plekken gaan over het adres van de fout
Kijk na een proefexamen niet naar het cijfer maar naar WAAR het misging. Een fout in voorrang en een fout in parkeren genezen verschillend: de eerste met schema's, de tweede met een tabel.
Een bruikbare aanpak: schrijf de drie slechtste onderwerpen op en besteed er een dag alleen daaraan. Alles gelijkmatig herhalen levert deze week het minste op.
Probeer zelf: [voorrang met borden](/nl/oefenen?onderwerp=priority-signs-intersections) — 48 vragen, [stilstaan en parkeren](/nl/oefenen?onderwerp=stopping-parking) — 31.
De eindcontrole gaat over de beslissing om te gaan
Een dag of twee voor het examen heb je geen nieuwe stof nodig maar een antwoord op één vraag: klaar of niet. Het teken is eenvoudig — twee proefexamens op rij boven de grens, zonder spieken en in volledig regime.
Lukt dat niet, dan is verzetten goedkoper dan overdoen: een herexamen kost de volle prijs, verzetten niet.
Probeer zelf: [snelheidskeuze en risico](/nl/oefenen?onderwerp=risk-speed-choice) — 76 vragen, het onderwerp waar de fouten het zwaarst wegen.
Wat je deze week juist niet moet doen
Begin geen nieuwe onderwerpen van nul — dan blijft er geen tijd over om te herhalen. Probeer geen tabellen uit je hoofd te leren: gevraagd wordt het verband, niet de cijfers. En verander op het laatste moment niet van examentaal: woordenschat bouw je in weken op, niet op één avond. Wat welke taal oplevert staat in de gids [«In welke taal doe je theorie»](/nl/guides/exam-english).
Probeer zelf: [wettelijke begrippen](/nl/oefenen?onderwerp=legal-definitions) — 14 vragen.
Wat je onthoudt
Het proefexamen laat het regime zien, de zwakke plekken het adres van de fout, de eindcontrole je gereedheid. Alle drie werken alleen in volledig regime: met klok, zonder pauzes en zonder terug te gaan naar een vraag.