Zicht, weer en verlichting

Wanneer het geldtWat je voert of doetWaar het misgaat
DimlichtBij NACHT altijd, en bij DAG zodra het zicht ernstig wordt belemmerd. Twee gevallen, één verplichting.Dimlicht — geen stadslicht en geen dagrijlicht. De norm noemt uitdrukkelijk «dimlicht».Op dagrijlicht vertrouwen bij regen. Dagrijlicht brandt alleen vóór; van achteren blijft de auto donker, en dat is precies de kant waarvandaan je wordt ingehaald.
Mistlicht vóórBij MIST, SNEEUWVAL of REGEN die het zicht ernstig belemmert. Regen staat er wél bij.«Mogen» — het is een recht, geen plicht. En in dat geval hoef je géén dimlicht te voeren: het mistlicht vervangt het.Het als extra licht bovenop dimlicht gebruiken bij helder weer. Zonder de genoemde weersomstandigheden geeft de bepaling er geen toestemming voor.
MistachterlichtALLEEN bij mist of sneeuwval die het zicht beperkt tot MINDER DAN 50 METER. Regen wordt hier niet genoemd.Ook hier «mag», niet «moet». Vijftig meter is ongeveer de afstand tussen drie lantaarnpalen — een bruikbare maat op de weg.Hem bij zware regen aanzetten. De grens is het zicht en niet het weer, en dat is geen slordigheid van de wetgever: bij regen verblindt het mistachterlicht de auto achter je zonder iets toe te voegen.
Snelheid bij slecht zichtAltijd — art. 19 kent geen weersvoorwaarde, hij kent alleen zicht.Zo rijden dat je kunt stoppen binnen de afstand die je OVERZIET en die VRIJ is. Bij 50 meter zicht is dat aanzienlijk minder dan de toegestane snelheid.Achter de achterlichten van de voorligger aan rijden om «iets te zien hebben». Je rijdt dan op ZIJN zicht, niet op het jouwe — en zijn remlicht is dichterbij dan zijn remweg lang is.
Aanhangwagen bij slecht zichtDezelfde twee gevallen als bij dimlicht: bij nacht en bij dag als het zicht ernstig lijdt.Achterlicht, verlichting van de achterkentekenplaat ÉN het stadslicht dat de Regeling voertuigen voorschrijft. Drie dingen, niet één.Aannemen dat de verlichting van de auto volstaat. De aanhanger heeft een eigen bepaling, en juist de kentekenplaatverlichting wordt bij losse aanhangers het vaakst vergeten.
De ruit zelfAltijd: de voorruit en de zijruiten naast de bestuurder mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen. En auto's van na 30 september 1971 moeten een werkende ontdooiing en ontwaseming hebben.Wachten tot de ruit HELEMAAL vrij is voordat je wegrijdt — de installatie is er precies daarvoor voorgeschreven.Door een kijkgaatje wegrijden. Dat is niet «een beetje minder zicht»: alles buiten het gaatje bestaat voor jou niet, en dat is waar de fietser vandaan komt.

De wet zelf

RVV1990 art. 32 lid 1RVV1990 art. 33RVV1990 art. 34 lid 1RVV1990 art. 34 lid 2RVV1990 art. 19RegelingVoertuigen art. 5.2.42 lid 1RegelingVoertuigen art. 5.2.44RegelingVoertuigen art. 5.1.1 lid 1

Gecontroleerd op: