Bijzondere stroken op de rijbaan

Voor wie de strook isWaarmee zij is afgeslotenWaar het misgaat
Busbaan en busstrookMet «BUS»: lijnbus, autobus én tram. Met «LIJNBUS»: alleen lijnbus en tram — dat is de engere van de twee.Door het WOORD op het wegdek, niet door een bord en niet door de kleur. Art. 23 lid 1 f verbiedt bovendien stilstaan op de rijbaan ERNAAST.Op de rode kleur afgaan. Rood asfalt is geen verkeersteken; het woord is het. Een rode strook zonder «BUS» kan een gewone strook zijn.
FietsstrookFietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Zij zijn in art. 10 lid 2 met zoveel woorden uitgezonderd van het verbod.Door de DOORGETROKKEN streep. Alleen die maakt de strook verboden voor anderen; met een onderbroken streep zwijgt art. 10 lid 2.Uit «bij onderbroken streep mag het» afleiden dat de strook dan van jou is. Art. 3 (rechts houden) en art. 18 (naast of dicht achter je) blijven gewoon gelden, en daar rijdt de fietser.
SpitsstrookVoor iedereen — maar alleen wanneer de signalering haar OPENT: groene pijl of een maximumsnelheid op bord A3.Door het rode kruis erboven. Art. 76 lid 2 onderdeel a staat bovendien uitdrukkelijk toe de doorgetrokken streep te overschrijden om haar te bereiken of te verlaten.De spitsstrook met de vluchtstrook verwarren omdat zij op dezelfde plek liggen. Het verschil zit boven je hoofd, niet onder je wielen: zonder groene pijl is het gewoon de vluchtstrook.
VoorsorteerstrookVoor wie de aangegeven richting neemt — en alleen die richting: op het kruispunt ben je VERPLICHT de richting van je strook te volgen.Niet afgesloten, maar BINDEND: de pijl is een gebod. Een fietsstrook binnen de voorsorteerstrook hoort er volgens dezelfde bepaling bij.Op het laatste moment van gedachten veranderen en toch rechtdoor gaan. Dat is niet «onhandig», het is een overtreding van art. 78 lid 1.
Verdrijvingsvlak en puntstukVoor niemand: bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken NIET gebruiken.Door de markering zelf. Uitzonderingen zijn er twee, en beide gaan over doorlopen: een spitsstrook en een busbaan die een splitsing of samenvoeging passeren.Het als «lege ruimte» zien om eerder in te voegen. Juist daar staat de auto die je niet ziet: het vlak bestaat om de stromen uit elkaar te houden.
VluchtstrookVoor niemand in normale omstandigheden: zij mag ALLEEN in noodgevallen worden gebruikt. Art. 73 zegt het in dezelfde zin als het rode kruis.Door een direct verbod, niet door een teken. Daarom verandert er niets als er geen signalering boven hangt.Een file voor een noodgeval houden. Stilstaand verkeer is geen nood — de strook moet vrij blijven juist omdat de hulpdienst er dan doorheen moet.

De wet zelf

  • RVV1990 art. 10 lid 2

    «Andere bestuurders dan fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen fietsstroken met doorgetrokken strepen niet gebruiken.»

  • RVV1990 art. 81

    «Busbanen en busstroken waarop het woord «BUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus, een autobus of een tram.»

  • RVV1990 art. 73

    «Bij rijstrooklichten betekent: a. groene pijl of maximumsnelheid, aangeduid door bord A3 van bijlage I: de rijstrook mag worden gebruikt; b. rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. De vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt; c. witte pijl: voorwaarschuwing rood kruis;»

  • RVV1990 art. 77 lid 1

    «Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken.»

  • RVV1990 art. 78 lid 1

    «Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Een in een voorsorteerstrook gelegen fietsstrook maakt deel uit van deze voorsorteerstrook.»

  • RVV1990 art. 23 lid 1

    «De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: a. op een kruispunt of een overweg; b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; d. in een tunnel; e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord; f. op de rijbaan langs een busstrook en g. langs een gele doorgetrokken streep.»

  • RVV1990 art. 76 lid 2

    «Het eerste lid is niet van toepassing: a. indien de streep wordt overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten;»

Gecontroleerd op: