Onderhoud en milieu
| Wat de regel zegt | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| Wie verantwoordelijk is | De bepaling richt zich tot TWEE personen tegelijk: de bestuurder mag er niet mee rijden, en de eigenaar of houder mag er niet mee laten rijden. | Tussen twee keuringen zelf controleren — banden, verlichting, remvloeistof — want de plicht loopt door. | De APK voor een garantie houden. Zij zegt iets over de dag van de keuring; de bepaling geldt elke dag. |
| Uitstoot en geluid | Het emissiebestrijdingssysteem moet GOED WERKEN, het uitlaatsysteem moet deugdelijk bevestigd zijn, en onnodig geluid is verboden (art. 57 RVV). | Een rammelende uitlaat direct laten repareren en niet «tot de APK» uitstellen — het is tegelijk een uitstoot-, geluid- én bevestigingskwestie. | Denken dat een sportuitlaat alleen een geluidskwestie is. Hij raakt art. 5.2.11 lid 2 én art. 57, en bij een katalysator ook lid 6. |
| Banden tussen twee keuringen | De profilering van de hoofdgroeven moet over de GEHELE OMTREK ten minste 1,6 mm zijn — elke dag, niet alleen op de keuringsdag. | Maandelijks rondom meten en tegelijk de spanning controleren — dat is één handeling van twee minuten. | Op de slijtage-indicator vertrouwen. Die zit op één plek; de eis geldt over de hele omtrek, en banden slijten ongelijk. |
| Verlichting controleren | Twee remlichten zijn voorgeschreven voor auto's van na 30 juni 1967 — en het remlicht is precies het licht dat je zelf nooit ziet branden. | Maandelijks een rondje om de auto met iemand op de rem, of achteruit tegen een muur of etalage. | Wachten op een waarschuwing van het dashboard. Bij een oudere auto komt die niet, en bij een nieuwere alleen als de storingsmelder werkt. |
De wet zelf
- RegelingVoertuigen art. 5.1.1 lid 1
«Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig: a. niet deugdelijk van bouw of inrichting is, dan wel rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert;»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.11 lid 6
«Bij personenauto's in gebruik genomen na 31 december 1992 die zijn uitgerust met een emissiebestrijdingssysteem dat bestaat uit een katalysator en een lambdasonde, dient het emissiebestrijdingssysteem goed te werken.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.11 lid 2
«Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd.»
- RVV1990 art. 57
«Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.27 lid 4
«De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.»
- RegelingVoertuigen art. 5.2.51 lid 1 onderdeel h
«twee remlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel één of twee remlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;»
Gecontroleerd op: