Voorrangsborden en de rangorde
| Wat het betekent | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| B1 — voorrangsweg | Een verkeersteken dat de voorrang regelt: op deze weg heb JIJ voorrang op de kruisende wegen, tot bord B2 het einde aangeeft. | Doorrijden zonder voorrang te verlenen aan zijwegen — maar art. 18 (afslaan) en art. 15 lid 2 (tram) blijven onverkort gelden. | Voorrang met «vrije doorgang» verwarren. De voorrangsweg regelt alleen wie eerst mag; hij zegt niets over voetgangers op een zebra, over uitritten of over de tram. |
| B3–B5 — voorrangskruispunt | Deze drie borden KONDIGEN AAN dat er verderop een kruispunt is waar de voorrang geregeld is; B4 en B5 tekenen erbij of de zijweg links dan wel rechts uitkomt. | Lezen wie de voorrang heeft — de dikke lijn in het symbool is de voorrangsweg — en daarnaar handelen zodra het kruispunt er is. | Denken dat het bord zelf voorrang GEEFT. Het informeert alleen; wie voorrang moet verlenen, blijkt uit het symbool en uit de haaientanden ter plekke. |
| B6 — verleen voorrang | Voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Op het wegdek staat er meestal de haaientanden bij, met dezelfde betekenis (art. 80). | Zo nodig stoppen, maar STOPPEN IS NIET VERPLICHT: is de kruisende weg leeg, dan mag je doorrijden zonder tot stilstand te komen. | B6 en B7 door elkaar halen. Dat is het enige echte verschil tussen de twee, en het is precies waarop de vraag mikt. |
| B7 — stop, verleen voorrang | Dezelfde voorrangsplicht als B6, plus een ONVOORWAARDELIJKE stopplicht. Het bord is achthoekig, zodat het ook van achteren en in het donker herkenbaar blijft. | Volledig tot stilstand komen — bij een stopstreep ervóór (art. 79) — en pas daarna beoordelen of je kunt gaan. | «Bijna stilstaan» voor stoppen houden omdat het zicht goed is. De plicht hangt niet aan het zicht; zij is onvoorwaardelijk, en dat is precies wat gecontroleerd wordt. |
| De rangorde | Aanwijzing van een bevoegd persoon (art. 82) boven verkeerslicht; verkeerslicht (art. 64) boven voorrangstekens; teken (art. 63) boven verkeersregel. | Van boven naar beneden zoeken naar de eerste bron die er is, en die volgen — de rest onderweg negeren. | Van onderaf beginnen: eerst kijken wie van rechts komt en pas daarna omhoog. Bij een werkende verkeersregelaar is de rechtsregel volstrekt niet aan de orde. |
| Als er geen bord staat | Dan geldt de hoofdregel: voorrang aan bestuurders van RECHTS, met twee uitzonderingen — verharde weg boven onverharde, en de tram boven iedereen. | Eerst controleren of het wel een KRUISPUNT is: uit een uitrit komen is art. 54, geen voorrangskwestie. | De rechtsregel toepassen op een uitrit of een erf. Daar geldt art. 54: wie de bijzondere manoeuvre maakt, laat al het overige verkeer voor gaan, ook dat van links. |
De wet zelf
- RVV1990 art. 15 lid 1
«Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.»
- RVV1990 art. 15 lid 2
«Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: a. bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg; b. bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram.»
- RVV1990 art. 63
«Verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens.»
- RVV1990 art. 64
«Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen.»
- RVV1990 art. 80
«Haaientanden hebben de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.»
- RVV1990 art. 79
«Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht.»
- RVV1990 art. 82 lid 1
«Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door: a. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren,»
- RVV1990 art. 62
«Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.»
Gecontroleerd op: