Tunnels en bruggen
| Wat de regel zegt | Waar het misgaat | |
|---|---|---|
| Stilstaan in een tunnel | Verboden. Onderdeel d van art. 23 lid 1 noemt de tunnel in één adem met het kruispunt, de overweg en de oversteekplaats: plaatsen waar een stilstaand voertuig zelf het gevaar is. | Het als parkeerverbod lezen. Stilstaan is méér dan parkeren: even wachten, iemand laten uitstappen of een navigatie invoeren valt er al onder. |
| Bruglichten | Rood licht óf rood knipperlicht betekent: stop. Twee vormen, één betekenis — het knipperen maakt geen verschil. | Knipperend rood als «voorzichtig doorrijden» lezen, zoals bij geel knipperlicht (art. 75). Bij bruglichten is er geen zulke variant: rood is rood. |
| Rood kruis boven de rijstrook | De rijstrook mag niet worden gebruikt. In dezelfde zin staat de tweede helft van de regel: de vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt. | Het kruis als waarschuwing voor iets verderop lezen en de strook «nog even» gebruiken. De witte pijl (onderdeel c) is de waarschuwing; het kruis is het verbod zelf. |
| Groene pijl en snelheid boven de strook | Groene pijl óf een maximumsnelheid met bord A3: de rijstrook mág worden gebruikt. Het getal boven de strook is een echte maximumsnelheid, niet een advies. | Het getal boven de strook voor een adviessnelheid houden. Het staat in art. 73 op één lijn met de groene pijl en werkt als bord A3. |
| Waarom signalering wint | Art. 62 verplicht tot opvolgen van verkeerstekens met een gebod of verbod; art. 63 zegt dat verkeerstekens boven verkeersregels gaan voor zover die onverenigbaar zijn. | «Onverenigbaar» te ruim lezen. Een teken vervangt alleen de regel waarmee het botst; alle overige regels — voorrang, afstand, inhalen — blijven gewoon gelden. |
De wet zelf
RVV1990 art. 23 lid 1RVV1990 art. 72RVV1990 art. 73RVV1990 art. 62RVV1990 art. 63RVV1990 art. 75
Gecontroleerd op: