Gedrag bij een overweg
| Wat de regel zegt | Waarom zo geformuleerd | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| Wanneer je de overweg op mag | Alleen als je DIRECT kunt doorgaan ÉN de overweg GEHEEL kunt vrijmaken. Twee voorwaarden, beide vooraf te beoordelen. | De norm gaat niet over voorrang maar over PLANNING: op de rails is stilstaan geen optie, dus moet je de uitgang al zeker weten voordat je de ingang neemt. | Aansluiten in een file die aan de andere kant van de overweg stilstaat. Dat is precies het geval dat lid 1 verbiedt, en het is de manier waarop de meeste auto's op de rails belanden. |
| Het spoorvoertuig voor laten gaan | Bij overwegen laten weggebruikers een SPOORVOERTUIG voorgaan en laten daarbij de overweg geheel vrij. | «Spoorvoertuig», niet «trein»: de norm dekt ook een rangeerlocomotief, een onderhoudsvoertuig en een tram op eigen baan. | Alleen op een passagierstrein letten. Een langzaam rangeervoertuig valt onder dezelfde regel, en juist daarvoor gaan de bomen soms zonder zichtbare reden dicht. |
| Wit knipperlicht | Wit knipperlicht betekent: er nadert GEEN trein. Rood knipperlicht betekent: stop. | Het is het enige sein in het RVV waar WIT toestemming geeft. Bij tram/buslichten doet wit hetzelfde (art. 70), maar dat sein is niet voor jou. | Wit voor «kapot» of «buiten dienst» aanzien en toch aarzelen. Aarzelen midden op een overweg is gevaarlijker dan doorrijden — art. 15a lid 1 vraagt juist om DIRECT doorgaan. |
| Stilstaan op de overweg | Art. 23 lid 1 onderdeel a noemt de overweg in één adem met het kruispunt: stilstaan is er verboden. Art. 14 verbiedt daarnaast het blokkeren van een kruispunt. | Twee normen die hetzelfde beschermen vanaf twee kanten: de ene verbiedt stilstaan, de andere verbiedt de situatie waarin stilstaan onvermijdelijk wordt. | Denken dat het verbod pas geldt als er een trein komt. Het is onvoorwaardelijk: ook op een lege overweg mag je niet stilstaan. |
| De stopstreep voor de overweg | Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, INDIEN stoppen op grond van dit besluit verplicht is. | De streep schept zelf geen stopplicht — zij bepaalt WAAR je stopt als die plicht er al is. Bij een overweg komt de plicht van het rode knipperlicht (art. 71). | Bij elke stopstreep stoppen. Zonder plicht uit een ander artikel is de streep alleen een markering — dat scheelt op een druk kruispunt een onnodige rem. |
| Bomen, J10–J13 en het aantal sporen | De waarschuwingsborden onderscheiden overweg MET bomen (J10) en ZONDER bomen (J11), en apart enkel spoor (J12) van twee of meer sporen (J13). Art. 62 verplicht tot opvolgen. | Het aantal sporen is geen detail: bij twee sporen kan achter de gepasseerde trein een tweede uit de andere richting komen, en die zie je pas als de eerste weg is. | Vertrekken zodra de trein voorbij is. Bij J13 wacht je tot het rode licht dooft of het wit gaat knipperen — het sein weet van de tweede trein, jij niet. |
De wet zelf
- RVV1990 art. 15a lid 1
«Weggebruikers mogen een overweg opgaan, indien zij direct kunnen doorgaan en de overweg geheel kunnen vrijmaken.»
- RVV1990 art. 15a lid 2
«Bij overwegen laten weggebruikers een spoorvoertuig voorgaan en laten daarbij de overweg geheel vrij.»
- RVV1990 art. 71
«Bij overweglichten betekent: a. wit knipperlicht: er nadert geen trein; b. rood knipperlicht: stop.»
- RVV1990 art. 23 lid 1
«De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: a. op een kruispunt of een overweg; b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; d. in een tunnel; e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord; f. op de rijbaan langs een busstrook en g. langs een gele doorgetrokken streep.»
- RVV1990 art. 79
«Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht.»
- RVV1990 art. 62
«Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.»
- RVV1990 art. 14
«Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren.»
Gecontroleerd op: