Na een ongeval — wat de wet eist
| Wat de wet eist | Waar het misgaat | Wat je doet | |
|---|---|---|---|
| De plaats van het ongeval verlaten | Verboden bij dood, bij letsel én bij SCHADE aan een ander. Drie afzonderlijke gronden; voor elk ervan geldt: wist hij het, of moest hij het redelijkerwijs vermoeden. | Denken dat alleen letsel telt. Onderdeel b noemt uitsluitend schade: een geraakte spiegel op een parkeerplaats valt er al onder. | Stoppen en blijven — ook bij alleen blikschade en ook als de tegenpartij er niet is. |
| Wanneer je tóch weg mag | Alleen wie ter plaatse BEHOORLIJK de gelegenheid heeft geboden zijn identiteit en die van het motorrijtuig vast te stellen, valt buiten onderdelen a en b. | Een briefje achter de ruit voldoende achten. «Behoorlijk de gelegenheid bieden» is meer dan een papiertje dat kan wegwaaien; onderdeel c (hulpeloze toestand) blijft bovendien altijd gelden. | Je gegevens achterlaten op een manier die standhoudt — bellen, wachten of via de politie, niet alleen een briefje. |
| Gevarendriehoek | Verplicht zodra het stilstaande voertuig een obstakel vormt dat naderende bestuurders niet tijdig kunnen opmerken. Op ongeveer 30 meter, goed zichtbaar, in de richting van het verkeer waarvoor het gevaar oplevert. | Hem altijd neerzetten of nooit. Het criterium is zichtbaarheid, niet de ernst van de pech; en op een bocht of heuveltop moet hij verder weg dan de gemeten 30 meter suggereren. | De driehoek plaatsen voordat je iets anders doet — hij beschermt jou terwijl je met de rest bezig bent. |
| Alarmlichten in plaats van de driehoek | Met knipperend waarschuwingslicht vervalt de plicht om de gevarendriehoek neer te zetten. | Van de uitzondering een aanbeveling maken. Wettelijk mág je het, maar knipperlichten zijn in dichte mist of achter een bocht juist slechter zichtbaar dan een driehoek 30 meter eerder. | Alarmlichten aan, en bij mist of een bocht toch ook de driehoek — de wet staat het toe, de situatie beslist. |
| Stoppen en papieren tonen | Op de EERSTE vordering van een bevoegde ambtenaar moet de bestuurder stilhouden en de bewijzen behoorlijk ter inzage afgeven. | Denken dat je eerst mag vragen waarom. «Op de eerste vordering» laat geen onderhandeling toe; de vraag naar de reden komt ná het stilhouden. | Stilhouden op de eerste vordering en de papieren geven; vragen naar de reden komt daarna. |
| De tegenpartij is doorgereden | Dan kan de benadeelde het Waarborgfonds aanspreken — TENZIJ aannemelijk is dat hij zelf niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om de dader vast te stellen. | Wegrijden en later melden. De uitzondering is precies daarvoor geschreven: kenteken noteren, getuigen vragen en aangifte doen hoort bij «wat redelijkerwijs kon worden verwacht». | Kenteken noteren, getuigen aanspreken en aangifte doen — dat is precies wat «redelijkerwijs verwacht» betekent. |
De wet zelf
WVW1994 art. 7 lid 1WVW1994 art. 7 lid 2WVW1994 art. 160 lid 1RVV1990 art. 58 lid 1RVV1990 art. 58 lid 2RVV1990 art. 58 lid 3WAM art. 25 lid 1
Gecontroleerd op: