Definities uit artikel 1 RVV

Wat de wet zegtWaarom het uitmaaktWat je doet
BestuurderArt. 1: alle weggebruikers behalve voetgangers. De fietser is dus een bestuurder.«Bestuurder» met «automobilist» verwarren. Elke regel die «bestuurders» aanspreekt geldt ook voor de fietser en de ruiter.Bij elke regel eerst vaststellen of het woord «bestuurder» of «weggebruiker» staat — dat bepaalt of de fietser erbij hoort.
WeggebruikerArt. 1: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van dieren en bestuurders van een wagen. De ruimste kring.Denken dat «weggebruiker» en «bestuurder» hetzelfde zijn. De voetganger is wel het eerste en niet het tweede — en dat bepaalt op wie een norm slaat.Bij «weggebruikers» ook aan voetgangers denken — de norm is dan breder dan het verkeer op de rijbaan.
Voorrang verlenenArt. 1: de betrokken bestuurders in staat stellen ONGEHINDERD hun weg te vervolgen. Niet «even wachten», maar: hij hoeft niets te veranderen aan zijn snelheid of richting.Denken dat je voorrang hebt verleend zolang er geen botsing was. Moest de ander remmen of uitwijken, dan heb je het niet gedaan.Onderscheiden of je moet WACHTEN of alleen niet mag HINDEREN — het verschil bepaalt of je mag doorrijden.
KruispuntArt. 1: kruising OF SPLITSING van wegen. Een T-splitsing is dus ook een kruispunt, en alle kruispuntregels gelden er.Alleen een kruis als kruispunt zien. Bij een T-splitsing gelden voorrang van rechts, het parkeerverbod binnen vijf meter en het stilstaanverbod net zo goed.Vaststellen of het een kruispunt is voordat je de rechtsregel toepast — bij een uitrit geldt art. 54.
ParkerenArt. 1: stilstaan langer dan nodig voor het ONMIDDELLIJK in- of uitstappen van passagiers of het onmiddellijk laden of lossen.Denken dat het om tijd in minuten gaat. Het gaat om het DOEL: laden of instappen is geen parkeren, wachten op iemand wel — hoe kort ook.Bij een bord nagaan of het over stilstaan of over parkeren gaat — laden en lossen valt onder het eerste.
VoertuigArt. 1: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens. De fiets staat er als eerste in.Het verschil met «motorrijtuig» negeren. Een regel over «voertuig» raakt de fietser, een regel over «motorrijtuig» niet — daarop rust bijvoorbeeld het verschil tussen 0,5‰ en 0,2‰.Bij een regel over «motorvoertuigen» controleren of jouw voertuig eronder valt — bromfiets en snorfiets zijn aparte categorieën.

De wet zelf

  • RVV1990 art. 1

    «bestuurders: alle weggebruikers behalve voetgangers»

  • RVV1990 art. 1 (weggebruikers)

    «weggebruikers: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen»

  • RVV1990 art. 1 (voorrang verlenen)

    «voorrang verlenen: het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen»

  • RVV1990 art. 1 (kruispunt)

    «kruispunt: kruising of splitsing van wegen»

  • RVV1990 art. 1 (parkeren)

    «parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen»

  • RVV1990 art. 1 (voertuigen)

    «voertuigen: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens»

Gecontroleerd op: