Voorrangsvoertuigen
| Wat de regel zegt | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| De plicht zelf | Eén zin, zonder voorwaarden: weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. Ook voetgangers en fietsers — er staat «weggebruikers». | Rustig en voorspelbaar ruimte maken, meestal naar rechts, en pas weer optrekken als hij voorbij is. | In paniek de stoep op of door rood. Art. 50 heft geen andere regel op; wat je doet om ruimte te maken moet zelf ook mogen. |
| Waaraan je het herkent | Het gaat om een VOORRANGSVOERTUIG — een voertuig dat de voorgeschreven signalen voert. Blauw zwaailicht samen met de sirene is het beeld dat de regel bedoelt. | Eerst luisteren en kijken waar hij vandaan komt, dan pas sturen — anders maak je ruimte aan de verkeerde kant. | Meteen stoppen midden op de rijbaan. Een stilstaande auto op een onverwachte plek is voor hem een obstakel, en voor wie achter je rijdt ook. |
| Op een kruispunt of rotonde | Art. 50 geldt onverkort, maar het heft geen ander verbod op: door rood rijden om ruimte te maken blijft door rood rijden. | Stoppen waar je bent en zo ver mogelijk opzij — het kruispunt vrijlaten in plaats van het over te steken. | Het kruispunt oprijden om «uit de weg te gaan». Daarmee blokkeer je juist de route die hij nodig heeft. |
| Nadat hij voorbij is | Weer wegrijden vanaf de kant is een bijzondere manoeuvre (art. 54): je laat het overige verkeer voor gaan, ook nu. | Wachten tot de rij weer op gang is en pas dan invoegen, met richtingaanwijzer en schouderblik. | Meteen achter hem aan de rijbaan op. Achter één voorrangsvoertuig komt vaak een tweede, en de rij naast je verwacht jou niet. |
| Waarvan hij zelf mag afwijken | Art. 91: bestuurders van een voorrangsvoertuig mogen afwijken van de voorschriften van dit besluit VOOR ZOVER de uitoefening van hun taak dit vereist. Rood licht, rijrichting, snelheid — alleen zolang de taak het vraagt. | Rekenen op een manoeuvre die de gewone regels doorkruist: door rood, tegen de rijrichting in, over een verbod heen. Kijken naar wat hij DOET, niet naar wat hij zou moeten doen. | Denken dat hij alles mag. «Voor zover … dit vereist» is een grens, en die grens geldt hem — niet jou: jouw plicht uit art. 50 blijft dezelfde. |
De wet zelf
RVV1990 art. 50RVV1990 art. 82 lid 1WVW1994 art. 5RVV1990 art. 54RVV1990 art. 91RVV1990 art. 68 lid 1RVV1990 art. 62
Gecontroleerd op: