Licht bij stilstaan en bij bijzondere weggebruikers

Wat verplicht isWaar het misgaat
Stilstaand motorvoertuigArt. 38: buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op parkeer- en vluchtstroken langs autosnelweg en autoweg — stadslicht én achterlicht, bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag.De eis ook binnen de bebouwde kom toepassen. Art. 38 zegt uitdrukkelijk BUITEN; in de stad geldt hij niet.
Stilstaande aanhangwagenArt. 39: dezelfde plaatsen, dezelfde momenten — achterlicht en het voorgeschreven stadslicht.De aanhangwagen vergeten omdat de auto zelf brandt. Het zijn twee aparte artikelen met twee aparte plichten.
FietserArt. 35: bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag — wit of geel licht voor, rood achter. Het rode licht mag ook op de rug van de bestuurder of van de passagier achterop.Denken dat het licht op het frame moet zitten. De wet staat licht op de borst en op de rug uitdrukkelijk toe.
Ruiter en veeArt. 36: een lantaarn MEEVOEREN die naar voren wit of geel en naar achteren rood straalt. Niet gemonteerd — meegedragen.Zoeken naar verlichting op het dier. De plicht ligt bij de ruiter of geleider: hij draagt de lantaarn.
Colonne voetgangersArt. 37: buiten de bebouwde kom, links vooraan een wit of geel licht naar alle zijden, links achteraan een rood licht naar alle zijden.De kant vergeten. De wet noemt tweemaal LINKS — de zijde waar het verkeer langskomt.

De wet zelf

RVV1990 art. 38RVV1990 art. 39RVV1990 art. 35 lid 1RVV1990 art. 35 lid 4RVV1990 art. 36RVV1990 art. 37

Gecontroleerd op: