Rotondes — wat er anders geldt

Wat de regel isWaar het misgaatWat je doet
Rechts houden hoeft nietArt. 47: vlak vóór en op de rotonde mag je anders dan aan de rechterzijde rijden. Het gewone gebod om rechts te houden geldt hier dus niet.Krampachtig rechts blijven op een tweestrooksrotonde. Dat is niet verplicht, en wie linksom verder moet, hoort juist op de binnenbaan.Op de rotonde de buitenste baan houden tenzij de belijning of borden iets anders zeggen.
Rechts inhalen magArt. 48, één zin: vlak vóór of op een rotonde mogen bestuurders rechts inhalen. Dit is de vijfde wettelijke uitzondering op «inhalen geschiedt links».Denken dat je een langzamere auto op de rotonde niet rechts mag passeren. Dat mag hier juist wel — en dat is precies waarom je je spiegels nodig hebt.Op de ring niet inhalen; wie erop zit, laat je zijn plaats.
Voorrang bij de rotondeNiet geregeld in §18. Wie voorrang heeft, bepaalt de bebording: haaientanden vóór de oprit betekenen voorrang verlenen aan het verkeer op de kruisende weg (art. 80).Denken dat verkeer op de rotonde altijd voorrang heeft. Dat volgt niet uit de rotonde zelf maar uit de tekens; zonder haaientanden gelden de gewone voorrangsregels.Kijken wat er staat: haaientanden of B6 bepalen wie wacht, niet de vorm van het kruispunt.
Richtingaanwijzer op de rotondeArt. 55 verplicht een teken bij «alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen» — de rotonde verlaten valt daaronder.Bij het oprijden rechts knipperen «voor de zekerheid». Dat zegt de anderen dat je er meteen weer af gaat, en dat klopt niet.Bij het verlaten van de rotonde rechts aangeven, en pas dan uitvoegen.

De wet zelf

  • RVV1990 art. 47

    «Het is bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen toegestaan vlak voor of op rotondes anders dan aan de rechterzijde van de rijbaan te rijden.»

  • RVV1990 art. 48

    «Het is bestuurders toegestaan vlak voor of op rotondes rechts in te halen.»

  • RVV1990 art. 55

    «Bestuurders van een motorvoertuig respectievelijk bromfietsers moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven respectievelijk een teken met hun richtingaanwijzer of met hun arm geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.»

  • RVV1990 art. 80

    «Haaientanden hebben de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.»

Gecontroleerd op: