Pech, slepen en hinder

Wat de regel isWaar het misgaatWat je doet
GevarendriehoekVerplicht als het voertuig een obstakel vormt dat naderende bestuurders niet tijdig kunnen opmerken (art. 58 lid 1). Ongeveer 30 meter erachter, in de richting van het gevaar (lid 2). Bij knipperend waarschuwingslicht vervalt de plicht (lid 3).Denken dat de driehoek altijd moet. Hij hoort bij de situatie «slecht zichtbaar obstakel», en knipperlicht kan hem vervangen.Hem neerzetten zodra je voertuig een obstakel vormt dat anderen niet tijdig zien — op ongeveer 30 meter, en verder bij een bocht of heuveltop.
SlepenArt. 53: verboden als de afstand van de achterzijde van het trekkende tot de voorzijde van het gesleepte voertuig MEER dan vijf meter bedraagt.De vijf meter als voorschrift voor de lengte van de kabel lezen. Het is een maximum voor de afstand tussen de voertuigen, gemeten van bumper tot bumper.De afstand tussen de voertuigen onder de vijf meter houden en de sleepverbinding zichtbaar maken.
Bus die van de halte wegrijdtArt. 56 lid 1: BINNEN de bebouwde kom geef je een autobus gelegenheid weg te rijden, zodra hij dat met zijn richtingaanwijzer kenbaar maakt.De regel buiten de kom toepassen — of hem toepassen zonder richtingaanwijzer. Beide voorwaarden staan in de tekst en gelden samen.Binnen de bebouwde kom snelheid minderen zodra de bus zijn richtingaanwijzer aanzet, en hem laten invoegen.
Passagiers bij tram of busArt. 52: wie een STILSTAANDE tram of autobus wil passeren aan de instapzijde, moet de passagiers daartoe gelegenheid geven.Denken dat passeren verboden is. Het mag — maar pas nadat de mensen in- en uitgestapt zijn. Het is een plicht om gelegenheid te geven, geen verbod.Stapvoets langs de halte en met ruimte — passagiers stappen recht de rijbaan op.
Onnodig geluidArt. 57: bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen geen onnodig geluid veroorzaken.Het als slaapregel zien voor de nacht. De tekst noemt geen tijdstip: onnodig geluid mag nooit.Geen gas geven om gehoord te worden en niet claxonneren om te groeten — het signaal is er alleen voor gevaar.
Mobiel apparaat vasthoudenArt. 61a: verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat VAST TE HOUDEN. De wet noemt telefoon, tablet en mediaspeler met name.Denken dat het om bellen gaat. Verboden is het VASTHOUDEN — ook om de route te bekijken, ook stilstaand voor rood, want dat is nog steeds rijden.Het apparaat wegleggen voordat je wegrijdt — vasthouden is verboden, ook stilstaand voor rood.

De wet zelf

RVV1990 art. 58 lid 1RVV1990 art. 58 lid 2RVV1990 art. 58 lid 3RVV1990 art. 53RVV1990 art. 56 lid 1RVV1990 art. 52RVV1990 art. 57RVV1990 art. 61a

Gecontroleerd op: