Overtredingen en gevolgen
| Wat de wet zegt | Waar het misgaat | Wat je doet | |
|---|---|---|---|
| Gevaar of hinder veroorzaken | Art. 5: verboden is gedrag waardoor gevaar wordt veroorzaakt OF KAN WORDEN veroorzaakt, en ook gedrag dat het verkeer hindert of kan hinderen. | Denken dat er iets misgegaan moet zijn. «Kan worden veroorzaakt» — het gevaar hoeft zich niet te verwezenlijken. Er is ook geen lijst: dit is de vangbepaling. | Niet redeneren vanuit «welke regel overtreed ik»; art. 5 vraagt naar het gevolg, dus kijk je naar wat je gedrag bij anderen veroorzaakt. |
| Ernstig gevaarlijk rijgedrag | Art. 5a: OPZETTELIJK de regels ernstig schenden terwijl levensgevaar of zwaar letsel voor een ander te duchten is. Art. 176 lid 1: tot twee jaar gevangenisstraf. | Dit voor een zware boete houden. Het is een misdrijf met gevangenisstraf, en de wet noemt zelf voorbeelden: gevaarlijk inhalen, een rood kruis negeren, onnodig over de vluchtstrook rijden. | Weten dat dit een apart, zwaarder feit is dan art. 5 — en dat opzet er deel van uitmaakt. |
| Alcohol bij een beginnend bestuurder | Art. 8 lid 3 stelt een strengere grens: 0,2 promille bloed, oftewel 88 microgram per liter uitgeademde lucht. Het lid spreekt over MOTORRIJTUIG. | De strenge grens ook op de fiets toepassen. Lid 3 zegt «motorrijtuig»; op de fiets geldt lid 2 met de gewone grens. Eén woord verschil, twee verschillende regels. | De strengere grens op jezelf betrekken zolang je beginnend bestuurder bent, en niet op de algemene grens gokken. |
| Wat er staat op rijden onder invloed | Art. 176 lid 2: gevangenisstraf van ten hoogste EEN JAAR of een geldboete van de vierde categorie. Geen tarief uit een boetetabel. | Een vast bedrag zoeken. Het bestaat niet: de rechter bepaalt, en de boetecategorie wordt geïndexeerd. | Uitgaan van een strafzaak, niet van een acceptgiro — met alles wat daarbij hoort voor rijbewijs en strafblad. |
| Meewerken aan de blaastest | Art. 163 lid 1: bij verdenking van overtreding van artikel 8 KAN de opsporingsambtenaar bevelen mee te werken aan het onderzoek. | Weigeren als een uitweg zien. Weigeren is een zelfstandig strafbaar feit — je ontloopt er niets mee. | Meewerken. Weigeren is een tweede feit bovenop het eerste en helpt op geen enkele manier. |
| Rijbewijs voor de juiste categorie | Art. 107 lid 1: de bestuurder moet een rijbewijs hebben voor de CATEGORIE waartoe zijn motorrijtuig behoort. Niet «een rijbewijs», maar het juiste. | Denken dat B alles dekt. Een zwaardere combinatie vraagt E, een motor vraagt A — met alleen B ben je dan onbevoegd, niet «bijna bevoegd». | Het rijbewijs bij je hebben en op de eerste vordering tonen — art. 160 laat geen onderhandeling toe. |
| Het rijbewijs verliest zijn geldigheid | Art. 123b lid 1 laat een rijbewijs zijn geldigheid verliezen voor ALLE categorieen waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur, na een onherroepelijke veroordeling. | Denken dat alleen de categorie waarmee je reed vervalt. Er staat «voor alle categorieen waarvoor het is afgegeven». | Uitgaan van het rijbewijs als iets dat je kunt VERLIEZEN, niet alleen als iets waarvoor je betaalt. |
De wet zelf
- WVW1994 art. 5
«Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.»
- WVW1994 art. 5a lid 1
«Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.»
- WVW1994 art. 8 lid 3
«In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed, indien:»
- WVW1994 art. 107 lid 1
«Aan de bestuurder van een motorrijtuig op de weg dient door de daartoe bevoegde autoriteit een rijbewijs te zijn afgegeven voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort.»
- WVW1994 art. 163 lid 1
«Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en artikel 8, derde lid, onderdeel a.»
- WVW1994 art. 176 lid 1
«Overtreding van artikel 5a wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.»
- WVW1994 art. 176 lid 2
«Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende lid en 70m wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.»
- WVW1994 art. 123b lid 1
«Onverminderd de artikelen 123, eerste lid, en 123a verliest een rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid, indien de houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, is veroordeeld wegens overtreding van:»
Gecontroleerd op: