de zitplaats
IPA [ˈzɪtplaːts]
mv. zitplaatsen
Constructie, bekleding inbegrepen, die plaats biedt aan één volwassene; dat kan een losse stoel zijn of het deel van een bank waar één persoon zit (art. 1, via de Regeling voertuigen). Tijdens deelname aan het verkeer zitten bestuurder en passagiers op de voor hen bestemde zitplaatsen (art. 58a), en op zitplaatsen met gordels worden niet meer passagiers vervoerd dan er gordels zijn (art. 59).
Zo klinkt het op het examen
Achterin zijn twee gordels en drie plaatsen. Hoeveel passagiers mogen daar zitten?
Verwar het niet met
Verwante termen
Gecontroleerd op: