de personenauto

IPA [pərˈsoːnənʌutoː]

mv. personenauto’s

Voertuig op vier of meer wielen voor personenvervoer met ten hoogste acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend (art. 1, via de Regeling voertuigen). Eén zitplaats meer en het is een autobus. Met een aanhangwagen tot 3500 kg mag de personenauto 90 km per uur (art. 22); gordel en kinderbeveiliging staan in art. 59.

Zo klinkt het op het examen

Een busje met negen zitplaatsen naast de bestuurder: personenauto of autobus?

Verwar het niet met

Verwante termen

Gecontroleerd op: