de oplegger
IPA [ˈɔplɛɣər]
mv. opleggers
Aanhangwagen zonder eigen vooras die met een deel van zijn gewicht op de trekker rust. De wet rekent hem gewoon mee: aanhangwagens zijn voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen, alsmede opleggers (art. 1), en de Regeling voertuigen omschrijft de oplegger als een aanhangwagen die op het trekkende voertuig of de dolly een aanzienlijke statische verticale belasting overbrengt (art. 1.1). Trekker en oplegger vormen samen een samenstel: op een autosnelweg met drie of meer rijstroken mag zo’n samenstel langer dan 7 meter alleen de twee meest rechtse rijstroken gebruiken (art. 43).
Zo klinkt het op het examen
Welke rijstroken mag een trekker met oplegger gebruiken?
Verwar het niet met
Verwante termen
Gecontroleerd op: