de nooduitgang

IPA [ˈnoːtœytɣɑŋ]

mv. nooduitgangen

Uitgang waarlangs weggebruikers een tunnel te voet kunnen verlaten. Bord L19 geeft de dichtstbijzijnde uitgang of de twee dichtstbijzijnde uitgangen aan, met de richting en de afstand erbij. De twee afstanden staan er omdat rook één kant op trekt: dan kiest u de uitgang tegen de rook in, ook als die verder weg is. Wie de tunnel te voet verlaat, laat de auto staan met de sleutel erin en de deuren open, zodat de hulpdiensten hem kunnen verplaatsen.

Zo klinkt het op het examen

Welke uitgang kiest u bij rook in een tunnel?

Verwar het niet met

Verwante termen

Gecontroleerd op: