de noodtelefoon
IPA [ˈnoːtteːləˌfoːn]
mv. noodtelefoons
Vaste telefoon langs de weg of in een tunnel waarmee u rechtstreeks de wegbeheerder bereikt. Bord L16 wijst een noodtelefoon aan, bord L18 een noodtelefoon samen met een brandblusapparaat, en bord L15 een vluchthaven die van beide is voorzien. Het voordeel boven een mobiele telefoon is dat de centrale meteen ziet waar u staat en in welke rijrichting. Blijf bij pech op de vluchtstrook niet in de auto: art. 43 lid 3 staat het gebruik van vluchtstrook, vluchthaven en berm alleen in noodgevallen toe.
Zo klinkt het op het examen
Waarom is een noodtelefoon handiger dan uw mobiel bij pech?
Verwar het niet met
Verwante termen
Gecontroleerd op: