Zuinig rijden — waar het verbruik vandaan komt
| Wat je doet | Waarom het werkt | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| Bandenspanning | De banden altijd op de juiste spanning houden. | Het gaat om de ROLWEERSTAND: hoe gemakkelijker de auto doorrolt, hoe minder brandstof hij verbruikt. Een zachte band vervormt bij elke omwenteling, en die vervorming is verloren energie. | Het als milieumaatregel zien en dus als optioneel. Dezelfde onderspanning verlengt ook de remweg en laat de band oververhitten — dit is een veiligheidsmaatregel die toevallig ook geld bespaart. |
| Op tijd opschakelen | Op tijd opschakelen, bij voorkeur onder de 2.000 toeren per minuut. | Bij dezelfde snelheid in een hogere versnelling draait de motor langzamer en pompt hij minder lucht en brandstof rond. Het is het enige getal dat de ANWB hier noemt. | Doorschakelen tot de motor bijna afslaat. Een motor die onder zijn koppelgebied zwoegt verbruikt méér, niet minder — «zo hoog mogelijk» is niet hetzelfde als «op tijd». |
| Uitrollen naar rood licht | Tijdig het gas loslaten en de auto IN DE VERSNELLING laten uitrollen — niet de koppeling intrappen — en eventueel terugschakelen om op de motor af te remmen. | «Zo verbruik je geen brandstof»: bij gesloten gasklep en meedraaiende motor sluit de inspuiting. Met ingetrapte koppeling draait de motor stationair door en verbruikt hij wél. | Denken dat vrijloop zuiniger is omdat de motor «minder werkt». Precies andersom: in vrijloop moet hij brandstof krijgen om te blijven draaien. |
| Overbodig gewicht | Alle overbodige spullen uit de auto halen. | De ANWB noemt hier het enige harde getal van de hele lijst: elke 100 kilo staat al snel voor ongeveer 0,3 liter meerverbruik per 100 kilometer. | Het getal voor klein houden. Bij 15.000 km per jaar is 100 kilo ballast ongeveer 45 liter — en dat is bagage die je nooit gebruikt. |
| Dakkoffer en fietsendrager | Niet onnodig blijven rondrijden met een dakkoffer of fietsendrager erop. | Twee verliezen tegelijk: het GEWICHT en de LUCHTWEERSTAND. De tweede groeit met het kwadraat van de snelheid, dus op de snelweg kost een leeg rek het meest. | Een lege koffer «tot de volgende vakantie» laten staan. Leeg scheelt alleen het gewicht; de luchtweerstand blijft volledig. |
| Airco na een hete dag | Niet meteen de airco op de hoogste stand: eerst even de ramen open, zodat de ergste warmte kan ontsnappen. En bij voorkeur in de schaduw parkeren. | De airco is een compressor die de motor aandrijft; het gebruik ervan zorgt voor een hoger brandstofverbruik. Ventileren is gratis, koelen niet. | Hieruit afleiden dat de airco uit moet blijven. Op de snelweg kosten open ramen door de luchtweerstand vaak méér dan de airco — en beslagen ruiten kosten zicht. |
| Vooruitkijken en afstand houden | Vooruitkijken, afstand houden en anticiperen op anderen, zodat je minder remt. De ANWB voegt er zelf aan toe: verkeersveiligheid staat altijd op de eerste plaats. | Remmen zet snelheid om in warmte in de remschijven. Alles wat je afremt, heb je met brandstof opgebouwd en gooi je weg — daarom is minder remmen het grootste verschil. | Zuinigheid boven veiligheid stellen en «een rijdend obstakel» worden. Wie te langzaam rijdt of anderen ophoudt, valt onder art. 5 WVW — hinderen is daar met zoveel woorden verboden. |
| Korte ritten en koude motor | Korte ritjes vervangen door de fiets of lopen; en als het toch met de auto moet, ritjes combineren zodat de motor al warm is. | Een warme motor verbruikt minder. De eerste kilometers na een koude start zijn dus de duurste van de hele rit, en bij een kort ritje bestaat de rit alleen daaruit. | De motor stilstaand laten warmdraaien. Dat verwarmt hem het traagst en verbruikt intussen gewoon door; rustig wegrijden warmt sneller op. |
De wet zelf
ANWB Hypermilen? Zo doe je datRijksoverheid Overheid stimuleert milieuvriendelijker rijdenWVW1994 art. 5
Gecontroleerd op: