Voetgangers — plaats op de weg en voorrang
| Wat de regel zegt | Waar het misgaat | |
|---|---|---|
| Voetgangersoversteekplaats | Voor laten gaan geldt voor wie oversteekt ÉN voor wie kennelijk op het punt staat over te steken. Wachten tot iemand de rijbaan op stapt is dus al te laat. | «Kennelijk op het punt staan» overslaan. Iemand die bij de stoeprand staat en jouw kant op kijkt valt eronder; hem laten wachten is een overtreding, geen hoffelijkheidskwestie. |
| Blinden en slecht ter been | Blinden met een witte stok met rode ringen én overigens ALLE personen die zich moeilijk voortbewegen moeten worden voor gelaten. Deze plicht hangt niet aan een zebra. | Denken dat het alleen over blinden gaat. «Overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen» is bewust ruim: rollator, krukken, een ouder iemand die langzaam loopt. |
| Als er een voetgangerslicht staat | Bij rood voetgangerslicht (of geel knipperlicht als bedoeld in art. 74 lid 2) geldt de plicht uit lid 2 NIET. Het licht regelt dan wie gaat. | Hieruit afleiden dat je gewoon door mag rijden. Wie al oversteekt moet «zo snel mogelijk doorlopen» (art. 74 lid 1 onderdeel c) — hem aanrijden blijft jouw verantwoordelijkheid. |
| Waar de voetganger hoort | Trottoir of voetpad; ontbreken die én een (brom)fietspad, dan de berm of de UITERSTE zijde van de rijbaan. | Een voetganger op de rijbaan zonder meer voor een overtreder houden. Buiten de bebouwde kom zonder trottoir staat hij daar rechtmatig — en jij moet erop rekenen. |
| Passagiers bij tram of bus | Wie een stilstaande tram of autobus wil voorbijrijden aan de instapzijde, moet de in- en uitstappende passagiers daartoe GELEGENHEID GEVEN. | Er een absoluut inhaalverbod van maken. Voorbijrijden mag; wat niet mag is de passagiers de gelegenheid ontnemen. Stapvoets en met ruimte is de bedoeling. |
| Vijf meter voor de oversteekplaats | Stilstaan is verboden op een oversteekplaats en binnen vijf meter daarvan. | Denken dat de vijf meter er is om de doorstroming te bewaren. Zij bestaat voor het ZICHT: een auto vlak vóór de zebra verbergt het kind dat wil oversteken. |
| Binnen een erf | Voetgangers mogen wegen binnen een erf over de VOLLE BREEDTE gebruiken. Daar is geen oversteekplaats nodig — de hele weg is van hen. | Op een zebra wachten die er niet is. In een erf steekt men overal over; jij past je aan, niet zij. |
De wet zelf
RVV1990 art. 49 lid 1RVV1990 art. 49 lid 2RVV1990 art. 49 lid 4RVV1990 art. 4 lid 1RVV1990 art. 4 lid 3RVV1990 art. 52RVV1990 art. 74 lid 1RVV1990 art. 23 lid 1RVV1990 art. 44
Gecontroleerd op: