Verzekering en aansprakelijkheid
| Wat de wet zegt | Waar het misgaat | Wat je doet | |
|---|---|---|---|
| Wie moet verzekeren | De bezitter én degene op wiens naam het motorrijtuig in het kentekenregister staat. De plicht geldt al zodra het voertuig op naam staat — ook als er niet mee gereden wordt. | Denken dat de plicht pas begint bij rijden. Art. 2 lid 1 noemt drie gevallen met «of», en het derde is de tenaamstelling zelf. Een auto in de garage moet dus verzekerd zijn. | Verzekeren zodra de auto op jouw naam staat, ook als hij stilstaat — of het kenteken schorsen. |
| Huur, lease, vruchtgebruik | Bij huurkoop, vruchtgebruik of ander duurzaam gebruik verschuift de plicht van de bezitter naar de houder — degene die de auto duurzaam onder zich heeft. | Het woord «duurzaam» overslaan. Een auto een weekend lenen maakt jou geen houder; de verzekering van de eigenaar loopt door, want die dekt iedere bestuurder (art. 3 lid 1). | Bij lease of huurkoop nagaan wie volgens het contract de houder is — daar ligt de plicht. |
| Wat de WA-verzekering dekt | De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van IEDERE bezitter, houder en bestuurder van het verzekerde motorrijtuig, plus van de vervoerde personen — niet alleen van de eigenaar. | Denken dat de polis aan de persoon hangt. Hij hangt aan het VOERTUIG: een vriend die met jouw auto rijdt, is gedekt. Uitgezonderd is alleen wie de auto door diefstal of geweld onder zich kreeg. | Een vriend laten rijden kan; wie de auto steelt, is niet gedekt — dat is het enige onderscheid dat telt. |
| Eigen recht van het slachtoffer | De benadeelde heeft een EIGEN recht op schadevergoeding rechtstreeks tegen de verzekeraar — hij hoeft niet eerst de bestuurder aan te spreken. | Wachten tot de tegenpartij «het doorgeeft». Dat hoeft niet: met kenteken en datum kun je zelf bij de verzekeraar aankloppen. | Rechtstreeks bij de verzekeraar van de tegenpartij melden, met kenteken en datum. |
| Minimum verzekerde bedragen | Staan NIET in de wet zelf: art. 22 zegt dat ze bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Het getal wordt dus periodiek herzien. | Een bedrag uit het hoofd leren. Wie een vast getal onthoudt, onthoudt vroeg of laat een verouderd getal; onthoud liever waar het staat. | Niet naar een bedrag zoeken maar naar de actuele algemene maatregel van bestuur. |
| Waarborgfonds Motorverkeer | Betaalt de benadeelde onder meer wanneer de aansprakelijke persoon niet kan worden vastgesteld (doorrijder) of wanneer de verzekeringsplicht niet is nagekomen. Het fonds verhaalt daarna op de aansprakelijke en op de onverzekerde. | Het fonds voor «gratis geld» houden. Het heeft verhaalsrecht (art. 27): de onverzekerde betaalt uiteindelijk zelf. En bij een doorrijder geldt de uitzondering: wie zelf niets heeft gedaan om de dader vast te stellen, krijgt niets. | Bij een doorrijder alles doen om de dader vast te stellen — anders vervalt het recht op het fonds. |
| Rijden zonder verzekering | Hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie — óók voor wie het slechts TOELAAT dat met de onverzekerde auto wordt gereden of gestaan. | Dit voor een gewone bekeuring aanzien. Het is een strafbaar feit met hechtenis in de strafmaat, en het treft de kentekenhouder ook als een ander reed. | Nooit iemand met een onverzekerde auto laten rijden — «toelaten» is in de bepaling gelijkgesteld aan zelf rijden. |
| Hoe het gecontroleerd wordt | De RDW houdt een register bij. Blijkt daaruit niet dat er verzekerd was, dan kan een ambtenaar vorderen dat de kentekenhouder zelf aantoont dat hij tóch verzekerd was. | Denken dat er een agent aan te pas moet komen. De controle is administratief en loopt op het register; de bewijslast ligt daarna bij jou. | Het verzekeringsbewijs bewaren — bij een vordering moet JIJ aantonen dat er dekking was. |
De wet zelf
WAM art. 2 lid 1WAM art. 2 lid 2WAM art. 3 lid 1WAM art. 6 lid 1WAM art. 22WAM art. 25 lid 1WAM art. 27 lid 1WAM art. 30 lid 1WAM art. 34 lid 1
Gecontroleerd op: