Uitritten en inritten
| Wat de regel zegt | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| Een uitrit is geen kruispunt | Art. 54 noemt «uit een uitrit de weg oprijden» met zoveel woorden een bijzondere manoeuvre. Art. 15 gaat alleen over KRUISPUNTEN en raakt de uitrit dus niet. | Bij het uitrijden iedereen laten gaan — ook wie van links komt, ook fietsers en voetgangers op het trottoir dat je kruist. | De rechtsregel toepassen omdat het op een T-kruising lijkt. De vorm van het asfalt beslist niet; de aard van de manoeuvre wel. |
| Parkeren voor een uitrit | Parkeren voor een inrit of uitrit is verboden — onvoorwaardelijk, zonder afstand en zonder «tenzij er niemand thuis is». | De uitrit vrijlaten over de hele breedte — de bewoner moet er ook uit KUNNEN, niet alleen langs. | Even stilstaan voor een uitrit voor toegestaan houden. Art. 24 verbiedt hier parkeren; stilstaan om iemand te laten uitstappen mag, maar wachten is parkeren. |
| Een inrit oprijden | Ook «van een weg een inrit oprijden» staat in art. 54: wie de weg VERLAAT, laat het overige verkeer voor gaan. | Vóór het insturen het trottoir en het fietspad dat je kruist vrijmaken — en desnoods op de rijbaan wachten tot dat kan. | Half op de stoep blijven staan om het verkeer achter je niet op te houden. De voetganger op dat trottoir heeft voorrang op jouw haast. |
| Het trottoir kruisen | Bij het uit- of inrijden kruis je vaak eerst een trottoir of fietspad. Ook daar geldt art. 54 — voor ÁL het overige verkeer, dus ook voor voetgangers en fietsers. | In twee etappes rijden: eerst tot de rand van het trottoir en kijken, dan pas tot de rijbaan. | In één beweging tot ver op de rijbaan rijden om zicht te krijgen. Je zicht wordt beter en dat van de fietser op het fietspad slechter — precies op het moment dat hij bij je is. |
De wet zelf
Gecontroleerd op: