Rangorde van aanwijzingen, verkeerstekens en verkeersregels
| Niveau | Rang en wetsartikel | Voorbeeld | Wat als het botst met het niveau eronder |
|---|---|---|---|
| Aanwijzingen (agent, verkeersregelaar) | 1 — art. 84 RVV, de enige echte topregel: aanwijzingen gaan boven álle verkeerstekens én alle verkeersregels. Art. 82 zegt wie ze mag geven: bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren, de Koninklijke Marechaussee, bevoegde verkeersregelaars en personen in opleiding tot verkeersregelaar in de voorgeschreven kleding. | Een agent op een kruispunt met werkende lichten geeft met het gebaar uit bijlage II het teken om te stoppen. | Groen licht en tegelijk een stopteken van de agent: je stopt. Art. 84 kent geen uitzondering. Let wel op de voorwaarde uit art. 82: de persoon moet daartoe bevoegd én als zodanig kenbaar zijn. Een willekeurige man in een geel hesje is geen verkeersregelaar. |
| Verkeerslichten | 2 — maar alleen binnen een smalle grens. Art. 64 luidt letterlijk: verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de VOORRANG regelen. Niet boven alle tekens. | Op een voorrangsweg (bord B1) staat een verkeerslicht. Springt het op rood, dan verliest B1 zijn werking: je stopt. | De klassieke valstrik: groen betekent niet dat een verbodsbord vervalt. Staat er C2 (eenrichtingsweg, verboden in te rijden) of een bord dat linksaf verbiedt, dan blijft dat gelden, hoe groen het licht ook is. Art. 64 raakt uitsluitend voorrangstekens — waaronder ook de haaientanden op het wegdek. Knippert het licht geel of staat het uit, dan geldt weer het bord eronder. |
| Verkeersborden | 3 in de lesvolgorde. Juridisch: art. 62 verplicht je gevolg te geven aan tekens met een gebod of verbod, en art. 63 zet verkeerstekens boven de verkeersregels voor zover die onverenigbaar zijn. | Bord B6 (verleen voorrang) op een zijweg schakelt de algemene regel van art. 15 uit: rechts heeft normaal voorrang, hier niet. | Botst een bord met de wegmarkering, dan geeft het RVV géén algemene voorrangsregel: beide zijn verkeerstekens en staan in de wet naast elkaar. In de praktijk volg je het strengste teken en meld je de tegenstrijdigheid bij de wegbeheerder. Alleen voor de weg zelf bestaat er wél een harde regel — zie de rij hieronder. |
| Verkeerstekens op het wegdek (wegmarkering) | 4 in de lesvolgorde, maar juridisch geen apart niveau: markering is net zo goed een verkeersteken (hoofdstuk III, § 4). De enige harde rangorderegel staat in art. 63a. | Haaientanden en een stopstreep regelen de voorrang zonder dat er een bord bij hoeft te staan. | Art. 63a — de regel die bijna nergens wordt onderwezen: tijdelijke markering op het wegdek gaat boven de andere markering ter plekke, voor zover ze onverenigbaar zijn. Bij wegwerkzaamheden volg je dus de gele belijning en negeer je de witte eronder. Let op de grens van het artikel: het gaat alleen over tekens op het WEGDEK, niet over een tijdelijk bord tegenover een vaste markering. |
| Algemene verkeersregels | 5 en laatste. Art. 63: verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens. Staat er niets, dan gelden deze regels — en dat is het normale geval. | Art. 15: bestuurders van rechts gaan voor. Art. 20 en 21: 50 binnen en 80 buiten de bebouwde kom, zonder dat daar een bord voor nodig is. | Snelheid valt buiten de gewone rangorde. Art. 63b: geeft een bord een HOGERE snelheid aan dan het bijzondere maximum van art. 20b, 21b, 22 of 22a, dan geldt de laagste van de twee. Een vrachtauto die een bord 100 passeert, rijdt dus nog altijd 80. Staan een bord en een elektronisch signaleringsbord tegelijk, dan geldt eveneens de laagste (art. 63b lid 2). |
Let op
- De wet kent drie niveaus, niet vijf. Art. 84 zet aanwijzingen boven verkeerstekens en verkeersregels; art. 63 zet verkeerstekens boven verkeersregels. «Verkeerstekens» is een verzamelbegrip voor borden, lichten én markering samen (hoofdstuk III). De vijftrapsladder die je overal ziet is een lesmodel bovenop die drie — bruikbaar, maar het is geen wetsartikel.
- Onthoud de precieze formulering van art. 64: verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de VOORRANG regelen. Groen licht ontslaat je niet van een verbodsbord, een snelheidsbord of een verbod om af te slaan.
- Art. 63 en art. 63a werken allebei alleen «voor zover onverenigbaar». Twee tekens die naast elkaar kunnen bestaan, gelden dus gewoon allebei. Rangorde komt pas in beeld als ze elkaar écht uitsluiten.
- Art. 82 stelt een voorwaarde die vaak wordt overgeslagen: degene die de aanwijzing geeft moet daartoe bevoegd én als zodanig kenbaar zijn. Ook iemand in opleiding tot verkeersregelaar telt mee, maar alleen in de bij ministeriële regeling voorgeschreven kleding.
De wet zelf
- RVV1990 art. 84
«Aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels.»
- RVV1990 art. 82 lid 1
«Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door: a. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren,»
- RVV1990 art. 64
«Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen.»
- RVV1990 art. 63
«Verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens.»
- RVV1990 art. 63a
«Tijdelijke geplaatste of toegepaste verkeerstekens op het wegdek gaan boven ter plekke aangebrachte andere verkeerstekens op het wegdek, voor zover deze verkeerstekens onverenigbaar zijn.»
- RVV1990 art. 62
«Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.»
- RVV1990 art. 63b lid 1
«Wanneer verkeerstekens die een maximumsnelheid aanduiden een hogere snelheid aangeven dan: a. de in de artikelen 20, onderdeel b, 21, onderdeel b, 22 en 22a vastgestelde maximumsnelheden, of b. de ingevolge een ministeriële regeling krachtens artikel 86a geldende maximumsnelheid, of c. de in artikel 45 aangegeven snelheid, geldt de laagste aangegeven snelheid.»
Gecontroleerd op: