Plaats op de weg — wie waar rijdt

Waar hij rijdtWaar het misgaat
FietserHet verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad (art. 5 lid 1); ontbreekt dat, dan de rijbaan (lid 2). Het onverplichte fietspad mag, maar hoeft niet.Boos worden op een fietser op de rijbaan naast een onverplicht fietspad. Dat mag hij: onverplicht betekent onverplicht.
BromfietserHet fiets/bromfietspad (art. 6 lid 1); ontbreekt dat, dan de rijbaan (lid 2). Het gewone fietspad is niet zijn plek.Bromfiets en snorfiets als één ding zien. Het zijn twee categorieën met twee plaatsregels; het bord bepaalt welk pad voor wie is.
SnorfietserArt. 5 lid 3: het onverplichte fietspad mag, maar wie een verbrandingsmotor heeft mag daar alleen met UITGESCHAKELDE motor rijden.De uitgeschakelde motor vergeten. Het is geen advies maar de voorwaarde waaronder het pad open staat.
GehandicaptenvoertuigArt. 7 geeft de ruimste keuze van allemaal: trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad óf rijbaan.Verbaasd zijn dat hij op het trottoir rijdt. Dat is uitdrukkelijk toegestaan, en de keuze is aan hem.
RuiterHet ruiterpad (art. 8 lid 1); ontbreekt dat, dan de berm of de rijbaan.Een paard behandelen als een voertuig. Het reageert op geluid en beweging; passeer ruim en rustig.
Alle overige bestuurdersArt. 10 lid 1: wie niet in de artikelen 5 tot en met 8 staat, gebruikt de rijbaan. Dat is de auto, de vrachtauto, de motor.De regel omkeren. De wet somt eerst de bijzondere weggebruikers op; de auto is wat overblijft, niet het uitgangspunt.

De wet zelf

RVV1990 art. 5 lid 1RVV1990 art. 5 lid 2RVV1990 art. 5 lid 3RVV1990 art. 6 lid 1RVV1990 art. 6 lid 2RVV1990 art. 7RVV1990 art. 8 lid 1RVV1990 art. 10 lid 1

Gecontroleerd op: