Overwegen — gedrag bij de spoorwegovergang

Wat de regel isWaar het misgaat
Wanneer je de overweg op magArt. 15a lid 1: alleen als je DIRECT kunt doorgaan én de overweg geheel kunt vrijmaken. Twee voorwaarden tegelijk, en beide gaan over de andere kant.Alleen naar de spoorbomen kijken. Staat er file achter de overweg, dan mag je er niet op — ook al is alles open en groen.
Voorrang voor het spoorArt. 15a lid 2: weggebruikers laten een spoorvoertuig voorgaan en houden de overweg daarbij geheel vrij.Vlak achter de overweg wachten. Je moet hem VRIJ houden, niet gedeeltelijk bezet — een trein remt niet voor jou.
De overweglichtenArt. 71: wit knipperlicht betekent «er nadert geen trein», rood knipperlicht betekent stop. Groen bestaat hier niet.Wit knipperlicht lezen als «kapot». Het is een geldig sein. En rood knipperlicht geldt ook als de bomen nog omhoog staan.
Stilstaan op de overwegVerboden: art. 23 lid 1 onder a noemt de overweg in één adem met het kruispunt. Niet alleen parkeren — stilstaan.Denken dat «even wachten» geen stilstaan is. Ieder tot stilstand komen valt eronder, hoe kort ook.

De wet zelf

RVV1990 art. 15a lid 1RVV1990 art. 15a lid 2RVV1990 art. 71RVV1990 art. 23 lid 1

Gecontroleerd op: