Kwetsbare weggebruikers — wie je voor laat gaan

Wat de regel isWaar het misgaat
Voetganger op het zebrapadArt. 49 lid 2: je laat voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan die oversteken OF kennelijk op het punt staan dat te doen. Twee uitzonderingen: een militaire colonne of uitvaartstoet (lid 3) en een rood voetgangerslicht of geel knipperlicht als bedoeld in art. 74 lid 2 (lid 4).Wachten tot iemand al op de weg staat. De wet noemt óók wie «kennelijk op het punt staat» over te steken — de plicht begint bij de stoeprand, niet op het asfalt.
Blinden en slecht ter beenArt. 49 lid 1: blinden met een WITTE STOK met een of meer RODE RINGEN, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen — altijd voor laten gaan.Deze plicht aan het zebrapad koppelen. Lid 1 noemt geen plaats: hij geldt overal op de weg, ook zonder oversteekplaats.
Inhalen bij het zebrapadArt. 12: vlak vóór of op een voetgangersoversteekplaats mag je niet inhalen. Onvoorwaardelijk.Langs een auto rijden die voor het zebrapad stopt. Dat is precies de situatie waarin iemand achter die auto vandaan stapt.
In- en uitstappende passagiersArt. 52: wil je een stilstaande tram of autobus passeren aan de instapzijde, dan moet je de passagiers daartoe gelegenheid geven.Alleen aan de tram denken. De tekst noemt tram én autobus, en de instapzijde kan links zijn — bij een tram midden op de weg.
Loslopend veeArt. 51 lid 1: rij- of trekdieren en vee mogen niet zonder toezicht op de weg loslopen. De plicht ligt bij wie ze houdt.Denken dat het jouw probleem niet is. Voor de bestuurder blijft art. 19 gelden: je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien.

De wet zelf

RVV1990 art. 49 lid 1RVV1990 art. 49 lid 2RVV1990 art. 49 lid 3RVV1990 art. 49 lid 4RVV1990 art. 52RVV1990 art. 12RVV1990 art. 51 lid 1

Gecontroleerd op: