Invoegen, wisselen en uitvoegen
| Wat de regel zegt | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| De manoeuvre geeft geen voorrang | Art. 54 noemt invoegen, uitvoegen én van rijstrook wisselen in één opsomming: wie dat doet, laat AL het overige verkeer voor gaan. | Het gat afwachten in plaats van het te maken, en de manoeuvre afbreken als het gat dichtgaat. | Denken dat een richtingaanwijzer recht geeft. Hij KONDIGT AAN; art. 54 blijft daarnaast onverkort gelden. |
| Volgorde van handelingen | Art. 55 eist een teken bij wegrijden, inhalen, oprijden en verlaten van de doorgaande rijbaan en bij van rijstrook wisselen — dus vóór elk van deze manoeuvres. | Spiegel, richtingaanwijzer, schouderblik, sturen — in die volgorde, want de blik moet ná het teken komen en vóór het stuur. | De schouderblik overslaan omdat de spiegel leeg was. De spiegel toont niet wat er náást je rijdt — dat is de hele reden dat de blik bestaat. |
| In een file | Bij fileverkeer hoeft de meest rechtse strook niet te worden gevolgd — art. 3 lid 1 wijkt dan. Buiten de file keert de plicht meteen terug. | In de file je strook houden en niet zoeken naar de snelste rij; zodra het rijdt, weer naar rechts. | Van strook naar strook springen. Elke wissel is een art. 54-manoeuvre: je wint seconden en levert al je voorrang in. |
| Uitvoegen | Ook de uitrijstrook oprijden staat in art. 54. En het puntstuk vóór de afrit mag niet worden gebruikt (art. 77 lid 1). | Op tijd naar rechts en pas op de uitrijstrook afremmen — niet op de doorgaande rijbaan. | Over het puntstuk naar de afrit schieten. Dat is verboden én het is de plek waar de auto staat die je in je dode hoek had. |
De wet zelf
RVV1990 art. 54RVV1990 art. 55RVV1990 art. 13 lid 1RVV1990 art. 3 lid 1RVV1990 art. 77 lid 1
Gecontroleerd op: