Gebodsborden en rijrichting
| Wat de regel zegt | Wat je doet | Waar het misgaat | |
|---|---|---|---|
| Ronde blauwe pijl (D) | Hoofdstuk D van bijlage 1 heet «Rijrichting». De borden schrijven een richting VOOR, en art. 62 verplicht weggebruikers zulke tekens op te volgen. | De aangegeven richting nemen, ook als een andere richting fysiek mogelijk lijkt. | Blauw voor «informatie» houden omdat het niet rood is. De kleur zegt hier gebod, niet verbod — en een gebod is even bindend. |
| Pijl op het wegdek | Op een kruispunt is de richting van je voorsorteerstrook VERPLICHT. En de toepassing van een bord kan tot één of meer rijstroken beperkt zijn (art. 65 lid 1). | De strook kiezen vóór het kruispunt, en bij een fout doorrijden in de aangegeven richting en verderop keren. | Op het laatste moment rechtdoor gaan vanuit een afslaande strook. Dat is een overtreding van art. 78 lid 1 én een verrassing voor wie naast je rijdt. |
| «Uitgezonderd» op het onderbord | Staat op het onderbord het woord «uitgezonderd» met symbolen, dan geldt het bord voor die weggebruikers JUIST NIET. | Het woord zoeken vóór je de symbolen leest — het draait de betekenis van het onderbord om. | Symbolen zonder dat woord als uitzondering lezen. Zonder «uitgezonderd» BEPERKEN de symbolen het bord juist tot die groep. |
| Gebod tegen gewone regel | Art. 63 laat verkeerstekens boven de verkeersregels gaan voor zover die onverenigbaar zijn — een gebodsbord wint dus van je gewoonte. | Bij een blauw gebodsbord niet zoeken of het «logisch» is, maar het volgen. | «Onverenigbaar» te ruim lezen. Het bord vervangt alleen de regel waarmee het botst; voorrang, afstand en snelheid blijven gelden. |
De wet zelf
RVV1990 art. 62RVV1990 art. 78 lid 1RVV1990 art. 67 lid 1RVV1990 art. 65 lid 1RVV1990 art. 63
Gecontroleerd op: