Alcohol en middelen — wettelijke grenzen

WieGrens (promille bloed)Hoe lang geldt datGevolgLet op
Ervaren bestuurder van een motorvoertuig0.5Vanaf het moment dat de beginnersperiode is afgelopen, blijvend.Misdrijf, geen boete zoals fout parkeren. Art. 176, tweede lid: tot een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Daarnaast kan het rijbewijs worden ingevorderd en kan het CBR een onderzoek of een educatieve maatregel opleggen.In de ademtest is dezelfde grens 220 microgram per liter uitgeademde lucht. Het tweede lid spreekt van «een voertuig», dus het geldt voor elk voertuig, en ook voor wie als begeleider optreedt.
Beginnend bestuurder van een motorvoertuig0.2Drie alternatieve gronden, art. 8 derde lid: zeven jaar als je eerste rijbewijs AM of T was en je toen nog geen achttien was; vijf jaar als je eerste rijbewijs werd afgegeven toen je al achttien was; en vijf jaar vanaf je eerste rijbewijs B als je bij die afgifte nog geen achttien was. Er staat «indien», dus één grond is genoeg — in de praktijk loopt de status door tot de laatste van die data.Dezelfde strafbepaling als hierboven, maar de gevolgen wegen zwaarder: een beginnersrijbewijs kan ongeldig worden verklaard, waarna je opnieuw examen moet doen. Het CBR legt daarnaast vaker een onderzoek naar de rijgeschiktheid op.In de ademtest 88 microgram per liter. Het derde lid geldt alleen voor een MOTORRIJTUIG waarvoor een rijbewijs vereist is — die formulering is beslissend, zie de rij over de fietser. Het vierde lid trekt de grens door naar wie rijdt zonder dat hem ooit een rijbewijs is afgegeven: ook dan 0,2.
Bestuurder van een bromfiets of snorfiets0,2 zolang je beginner bent, daarna 0,5Hier bijt de zevenjaarsregel het hardst. Wie op zijn zestiende het AM-rijbewijs haalt, valt tot zijn drieëntwintigste onder 0,2 — ook als hij inmiddels al jaren auto rijdt.Gelijk aan de auto: art. 8 is één artikel voor alle motorrijtuigen. Dat een bromfiets klein en langzaam is, verandert niets aan de strafmaat van art. 176.Een bromfiets is een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs (AM) vereist is, en daarmee valt hij wél onder het derde lid. Precies dat verschil scheidt hem van de fiets in de rij hieronder.
Fietser0.5Altijd 0,5. De beginnersregeling raakt de fietser niet, ongeacht hoe lang je je rijbewijs al hebt.Art. 8 maakt geen uitzondering voor de fiets, dus ook hier geldt de strafbepaling van art. 176. Weiger je te blazen, dan is dat een apart strafbaar feit: art. 163 tweede lid, genoemd in art. 176 vijfde lid.Twee verrassingen tegelijk. Ja, dronken fietsen is strafbaar: het tweede lid verbiedt «een voertuig» te besturen, en een fiets is een voertuig. En nee, de strengere 0,2 geldt níet, want het derde lid noemt uitdrukkelijk een motorrijtuig. Een beginnend bestuurder op de fiets zit dus op 0,5, niet op 0,2.

Let op

  1. Deze grens is een grens van strafbaarheid, niet van veiligheid. De wet zegt vanaf welk gehalte je strafbaar bent; hij zegt niet dat je daaronder goed rijdt. Rijvaardigheid neemt af ruim voordat welke grens dan ook in zicht komt, en het eerste lid van art. 8 verbiedt rijden onder invloed óók zonder dat er een getal aan te pas komt. Deze tabel is een overzicht van de wet, geen richtlijn over drinken.
  2. Het eerste lid gaat over véél meer dan drank. Het verbiedt rijden onder invloed van elke stof waarvan je weet of moet weten dat die de rijvaardigheid vermindert — drugs, maar net zo goed medicijnen. Voor een aantal aangewezen stoffen zijn in het vijfde lid harde grenswaarden vastgelegd, en voor combinaties met alcohol gelden lagere waarden dan voor elke stof apart.
  3. Ook de begeleider valt eronder. Art. 8 verbiedt niet alleen zelf rijden, maar ook «als begeleider op te treden». De coach naast een zeventienjarige met 2toDrive overtreedt het artikel dus even hard als de bestuurder zelf.
  4. Weigeren is geen uitweg. Wie het bevel krijgt mee te werken aan een ademonderzoek, is verplicht te blazen (art. 163, tweede lid). De weigering is zelf een strafbaar feit, los van de vraag hoeveel je op had.
  5. Bedragen staan hier bewust niet. Art. 176 noemt een geldboete van de vierde categorie; wat die categorie in euro's is, staat in art. 23 van het Wetboek van Strafrecht en wordt periodiek geïndexeerd. Actuele bedragen horen in de tabel met boetes, die los van de code wordt bijgehouden.
  6. Let op de houdbaarheid van dit artikel. Bij art. 8 en art. 176 staat op wetten.overheid.nl de melding dat er wijzigingen zijn aangenomen waarvan de datum van inwerkingtreding nog niet vaststaat. Deze tabel geeft de tekst zoals die op de datum van verificatie gold en moet opnieuw langs de bron voordat die wijzigingen ingaan.

De wet zelf

  • WVW1994 art. 8 lid 2

    «Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed.»

  • WVW1994 art. 8 lid 3

    «In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed, indien:»

  • WVW1994 art. 8 lid 1

    «Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen of tot behoorlijk te begeleiden in staat moet worden geacht.»

  • WVW1994 art. 8 lid 4

    «Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een ieder die zonder dat aan hem een rijbewijs is afgegeven een motorrijtuig bestuurt voor het besturen waarvan een rijbewijs vereist is.»

  • WVW1994 art. 163 lid 1

    «Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en artikel 8, derde lid, onderdeel a.»

  • WVW1994 art. 176 lid 2

    «Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende lid en 70m wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.»

Gecontroleerd op: