de ruiter

IPA [ˈrœytər]

mv. ruiters

Weggebruiker die te paard rijdt. Art. 8 wijst hem het ruiterpad toe en, waar dat ontbreekt, de berm of de rijbaan. Bijlage 1 noemt ruiters apart van voertuigen: bord C1 en bord C2 sluiten voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee uit, en bord C9 sluit onder meer ruiters uit. Art. 36 verplicht ruiters bij dag bij slecht zicht verlichting te voeren. Voor de automobilist telt dat een paard schrikachtig is: langzaam naderen, ruim uitwijken en niet claxonneren.

Zo klinkt het op het examen

Hoe passeert u een ruiter op een smalle weg?

Verwar het niet met

Verwante termen

Gecontroleerd op: