de fietsstrook
[ˈfitsstroːk]
mv. fietsstroken
Strook op de rijbaan zelf, aangegeven met fietssymbool en meestal een onderbroken of doorgetrokken streep. Anders dan een fietspad blijft het onderdeel van de rijbaan.
Zo klinkt het op het examen
Stilstaan op een fietsstrook of op de rijbaan daarlangs is verboden.
Verwar het niet met
Verwante termen
Borden met deze term
Gecontroleerd op: